Inspiratieloos

In het Carillon van week 37 verscheen onderstaande column van mij:

Inspiratieloos

Knipper, knipper, knipper, knipper. Enzovoorts. Enzovoorts. Nee, geen morse of andere geheimtaal. Gewoon het monotone geknipper van de cursor op mijn beeldscherm. Geknipper omdat ik moest schrijven, maar geen inspiratie had waarover. Met een deadline als stok achter de deur, zette ik mijzelf achter mijn laptop. In een grijs verleden schreef ik, in een ander blad, al eens over mijn slechte relatie met deadlines. Sindsdien is er verbetering merkbaar, maar kan de combinatie deadline/Jelmer nog steeds een broze combinatie zijn. Soms.

Mijn eerste twee columns in Het Carillon waren ruim voor publicatie geschreven. Om het plekje van de vertrekkende columnist proberen te bemachtigen moesten aspiranten bij wijze van sollicitatie een tweetal columns aanleveren. Nadat de redactie de sollicitatieprocedure voltooid had en mij als nieuwe columnist in het team verwelkomden werden de twee sollicitatie-columns gepubliceerd in de cyclus van de drie verschillende columnisten. Dat betekende dus eigenlijk dat ik een periode van een week of 5 had om over mijn column van deze week na te denken. Tijd genoeg zou je zeggen. Maar niks menselijks is mij vreemd, uitstelgedrag dus ook niet. Vanwege de enorme tijdspanne was het heel makkelijk om te denken: dat kan morgen ook nog. Of: dat doe ik aankomend weekend wel. En zo blijf je uitstellen tot de dag komt dat er dan echt wat moet gebeuren om te voorkomen dat er een leeg vlak staat op de plek waar eigenlijk jouw column had moeten staan. Als dan die dag is aangebroken, blijk je ineens inspiratieloos. Tja, daar zit je dan dus met een knipperende cursor voor je neus.

Je kunt het je haast niet voorstellen. Een jongeman, die drie jonge kinderen heeft, overdag een leuke baan heeft bij een bedrijf waar leuke dingen gebeuren, daarnaast een dorpshuis beheert waar allerlei verschillende dingen gebeuren, die zodoende met allerlei verschillende mensen in contact komt en die jongeman heeft vervolgens geen inspiratie voor een column. Onvoorstelbaar, maar toch was het dit keer zo. Ik wil hier namelijk gewoon een lekker leesbaar, luchtig stukje schrijven. Uit het leven gegrepen, zeg maar. Het is niet mijn bedoeling hier maatschappelijke zaken aan de kaak te stellen of heel scherp mijn mening over dingen te gaan verkondigen. Daar zijn anderen veel beter in.

De afgelopen kabbelde mijn leven voort in het soort van ritme waar het in zit. Alles was normaal, er gebeurde niks bijzonders, niks waar ik echt over zou willen schrijven tenminste. Ik werkte, ging naar het dorpshuis om daar mijn ding te doen, bracht het weekend door met mijn kinderen, was als Oranjevereniging-bestuurslid betrokken bij de Rossumse braderie, maakte een start met voorbereidingen voor een keukenverbouwing in het eerder genoemde dorpshuis en dat was het wel voor de afgelopen weken. Er sprong niet echt iets uit waarvan ik zoiets had: daar schrijf ik een column over. En zo kan het dus gebeuren dat u als lezer nu heeft zitten lezen over hoe ik geen inspiratie had tot het schrijven van een column en daar inmiddels een hele column over geschreven heb. Mooi toch?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *